-
1 doen
doen1〈 het〉♦voorbeelden:dat is geen manier van doen • that's no way to behavein goeden doen zijn • be well offuit zijn gewone doen zijn • not be one's normal selfergens mee van doen hebben • have (something) to do withvoor hun doen, … • for them, …; …, consideringdat is geen doen • that can't be done————————doen22 [ergens plaatsen] put3 [laten ondergaan] make, do4 [kosten, opbrengen] do ⇒ go for5 [schoonmaken] do ⇒ clean6 [bereizen, bezichtigen] do ⇒ visit7 [+ het] [gewenste (uit)werking hebben] work8 [+ onbepaalde wijs] [laten] make♦voorbeelden:een uitspraak doen • pronounce (on)uitspraak doen • pass judgementdoe mij maar een witte wijn • for me a white wine, I'll have a white wineik geef 't je te doen • it's quite a jobwat kom jij doen? • what do you want?iemand iets doen toekomen • send someone somethingze doet het erom • she does it on purposezij deed niets dan praten • she did nothing but talkwat doet hij (voor de kost)? • what does he do (for a living)?moet je wat doen? • do you have to go (somewhere)?er is niets tegen te doen • nothing can be done (about it), there's nothing to be donehij heeft het meer gedaan • he has done it beforezoiets doe je niet • you (just) don't do that (sort of thing)veel/weinig te doen hebben • have a lot/little to dowat is hier te doen? • what's going on here?ik weet niet waar ze het van doen • I don't know how they do itvergeet niet om … Doe ik • don't forget to … Will dodat doet me plezier • I'm glad about thatiemand verdriet/pijn doen • hurt someone, cause someone grief/painhet deed me niets • I couldn't have cared lessdie muziek doet me niets • I don't care for that musiczo'n ervaring doet je wat • such an experience moves/gets you4 wat moet dat boek doen? • how much do you want for that book?de tv doet het niet meer • the TV is out of orderdat doet het hem • that makes all the differenceiemand iets doen geloven • lead someone to believe somethinghij deed van zich spreken • he had people talking about himwe weten wat ons te doen staat • we know what (we are) to dodat moet je altijd doen • that's something you should always dodaar kan hij het mee doen • he can put that in his pipe and smoke iter het zwijgen toe doen • not say a worddat doet er niets toe • that's beside the pointer niets aan kunnen doen • not be able to help itkan ik er iets aan doen! • I can't help it!er is niets aan te doen • there's nothing to do about it, it can't be helpedmet iemand te doen hebben • feel sorry for someonehet is hem te doen om • he is out to (do something)niets aan te doen • can't be helpedte niet doen • undo, nullifyzich aan iets te goed doen • do (oneself) well on something2 [bezig zijn met] do, be3 [handel drijven] do ⇒ deal♦voorbeelden:gewichtig doen • act importantdoe maar net of ik er niet ben • just pretend I am not hereniet doen! • don't (do that)!doen alsof • pretendje doet maar • 〈 vaak ironisch〉 go ahead, suit yourselfaan sport doen • do/take part in sport(s)aan de lijn doen • be dietinghij doet lang over dat boek • he is taking a long time over that book -
2 bespottelijk
♦voorbeelden:zich bespottelijk maken • make a fool of oneself, lay oneself open to ridicule -
3 onsterfelijk
♦voorbeelden:1 onsterfelijke dichters/helden • immortal poets/heroeszich onsterfelijk belachelijk maken • make an absolute fool of oneselfzich onsterfelijk maken • make oneself immortalonsterfelijk maken • immortalize -
4 opmaken
1 [opgebruiken] finish (up), use up2 [in orde brengen] do/make/get up3 [make-up aanbrengen op] make up5 [samenstellen] draw up7 [concluderen] gather♦voorbeelden:alles opmaken • finish the lot/everything5 de balans opmaken • weigh the pros and cons, take stockaldus opgemaakt en getekend • drawn up and signed6 pagina's opmaken • lay out/make up pages7 moet ik daaruit opmaken dat … • do I gather/conclude from it that …ik kan er niets uit opmaken • I can't make anything of thisik had uit haar woorden opgemaakt dat … • her words had led me to believe that …dat is niet duidelijk op te maken uit wat hier staat • it isn't clear/can't be readily deduced from what it says hereII 〈wederkerend werkwoord; zich opmaken〉1 [zich gereedmaken] prepare, get ready♦voorbeelden:zich opmaken voor de strijd • prepare for battle -
5 schminken
-
6 verstaanbaar
1 [duidelijk] audible2 [begrijpelijk] understandable♦voorbeelden:1 verstaanbaar spreken • speak audibly/clearlyzich verstaanbaar maken • 〈 in een vreemde taal〉 make oneself understood; 〈 bij veel lawaai〉 make oneself heard -
7 zich doen gelden
zich doen gelden————————zich doen geldenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zich doen gelden
-
8 zich verstaanbaar maken
zich verstaanbaar makenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zich verstaanbaar maken
-
9 kleinmaken
II 〈wederkerend werkwoord; zich kleinmaken〉1 [zich deemoedig/nederig tonen/voordoen] humble oneself2 [proberen om niet op te vallen] make oneself small -
10 opwerpen
2 [opperen] raise3 [doen verrijzen] raise, erect ⇒ put up♦voorbeelden:2 een vraag opwerpen • raise/put forward a question3 een barricade opwerpen • erect/raise/put up a barrier/barricadeII 〈wederkerend werkwoord; zich opwerpen〉1 [zich maken tot] set up♦voorbeelden:zich opwerpen als expert • set oneself up as an expert -
11 bekendmaken
2 [publiek maken] publish ⇒ make public/known♦voorbeelden: -
12 beschikbaar
♦voorbeelden:alle beschikbare middelen aanwenden • use all available resourcesniet veel tijd voor iets beschikbaar hebben • not have much time available for somethingzich beschikbaar houden • stand byzich beschikbaar stellen • make oneself availablebeschikbaar stellen • make availablevrij beschikbaar vanaf juni • available from June (onwards) -
13 duidelijk
♦voorbeelden:zich in duidelijke bewoordingen/taal uitdrukken • speak plainlyik heb hem duidelijk gemaakt dat … • I made it clear to him that …je hebt je mening duidelijk genoeg gemaakt • you've made your pointhet is zonder meer duidelijk dat … • it is entirely clear that …duidelijk maken wat men bedoelt • make oneself clearduidelijk zeggen waar het op staat • not mince one's wordsom duidelijk te zijn, om het maar eens duidelijk te zeggen • to put it (quite) plainlyiemand iets duidelijk te verstaan geven • make something perfectly clear to someoneeen duidelijk beeld • a clear pictureeen duidelijke voorkeur hebben voor iets • have a distinct preference for somethingduidelijk zichtbaar/te merken zijn • be clearly visible/noticeableduidelijk uitkomen • stand out (clearly) -
14 grimeren
-
15 nuttig
1 [dienstig] useful2 [voordeel opleverend] advantageous3 [techniek, technologie] efficient♦voorbeelden:1 een nuttig lid van de maatschappij • a useful/valuable member of the communitynuttig werk verrichten • do a useful jobzich nuttig maken • make oneself usefulhet nuttige met het aangename verenigen • combine business with pleasure -
16 onmogelijk
1 [niet mogelijk] impossible ⇒ 〈 onuitvoerbaar〉 impracticable, out of the question 〈 alleen predicatief〉2 [onuitstaanbaar] impossible4 [zeker niet] impossible♦voorbeelden:ik kon het onmogelijk horen • I couldn't possibly hear itiemand het leven onmogelijk maken • make life impossible for someonezich onmogelijk maken • make oneself impossible -
17 zich wegscheren
v. make oneself scarce, decamp -
18 aanpakken
1 [aanvatten] take ⇒ take/catch/get hold of2 [(zaak) ter hand nemen] go/set about (it) ⇒ deal with 〈 probleem〉, handle 〈 probleem〉, tackle 〈 probleem〉, seize 〈 gelegenheid〉, take 〈 gelegenheid〉♦voorbeelden:alles aanpakken • take on anythinghoe zullen we dat aanpakken? • how shall we set about it?het anders aanpakken • go about it differentlyeen zaak goed/verkeerd aanpakken • go the right/wrong way about a matterde zaken groots aanpakken • think bigmee aanpakken • make oneself usefulhij weet van aanpakken • he knows how to set about his work3 iemand flink aanpakken • take a firm line with someone, be tough on someone -
19 bies
-
20 duidelijk maken wat men bedoelt
duidelijk maken wat men bedoeltVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > duidelijk maken wat men bedoelt
См. также в других словарях:
make oneself at home — {v. phr.} To feel comfortable; act as if you were in your own home. * /If you get to my house before I do, help yourself to a drink and make yourself at home./ * /John was an outdoor man and could make himself at home in the woods at night./… … Dictionary of American idioms
make oneself at home — {v. phr.} To feel comfortable; act as if you were in your own home. * /If you get to my house before I do, help yourself to a drink and make yourself at home./ * /John was an outdoor man and could make himself at home in the woods at night./… … Dictionary of American idioms
make oneself scarce — {v. phr.}, {slang} To leave quickly; go away. * /The boys made themselves scarce when they saw the principal coming to stop their noise./ * /A wise mouse makes himself scarce when a cat is nearby./ … Dictionary of American idioms
make oneself scarce — {v. phr.}, {slang} To leave quickly; go away. * /The boys made themselves scarce when they saw the principal coming to stop their noise./ * /A wise mouse makes himself scarce when a cat is nearby./ … Dictionary of American idioms
make oneself felt — make oneself (or one s presence) felt make people keenly aware of one; have a noticeable effect the economic crisis began to make itself felt … Useful english dictionary
make oneself acquainted with — index ascertain Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make oneself answerable — index promise (vow) Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make oneself answerable for — index guarantee Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make oneself felt — index persuade Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make oneself scarce — index retreat Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
make oneself useful — index pander Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary